Verhalen vertellen en vertellers

Vertellen: Zolang er mensen zijn, zijn er verhalen en vertellers. Al eeuwenlang vertellen mensen verhalen.

De oude verhalen vertellen over het leven: over het ontstaan van de wereld, over goden, over de liefde, over de gevaren in het leven, over de strijd tussen goed en kwaad, over rijkdom en armoede. In de verhalen komen uiteenlopende (fantasie) personages voor: reuzen, dwergen, draken, pratende dieren die zich als mensen gedragen en natuurlijk koningen, en koninginnen, rijke mensen en arme mensen.


Vertellen is een uitvoerende kunst, zoals muziek, toneel, dans. Verhalen vertellen is zo oud als de mens zelf. Het verhaal leeft zo lang het telkens opnieuw verteld wordt. De verhalen verteller brengt het verhaal tot leven. De verteller prikkelt de verbeelding van zijn luisteraars met de taal, zijn stem en zijn lichaam.
De luisteraar laat zich meevoeren op de golven van de verbeelding en fantasie van de verteller en krijgt op die manier zijn eigen beelden bij het verhaal, en geeft ook zelf invulling aan die dingen die niet worden gezegd. De verteller is een vertolker van het verhaal, en geeft bij het vertellen uiting aan zichzelf en daarmee een extra dimensie aan de verhalen.

 

Een verhalen verteller heeft luisteraars nodig. Het publiek hoeft niet groot te zijn maar het is wel essentieel. Er is een wisselwerking tussen verteller en luisteraar. De verteller speelt in op zijn publiek, registreert hun reacties en reageert op zijn publiek. Vaak verwerkent vertellers actuele zaken in het verhaal om het publiek dichter naar de essentie van het verhaal toe te krijgen.

Het vertellen: Het belangrijkste voor een verteller is zijn verhaal, daarnaast gebruikt de verteller bij het vertellen zijn mimiek, stemgebruik en lichaamstaal belangrijk om bepaalde accenten te leggen.
Doordat vertellers bij het verhalen vertellen gebruik maken van verschillende technieken als stemgebruik, intonatie, zintuiglijke beschrijvingen, mimiek, lichaamtaal en beweging wordt de beleving van de vertelling versterkt en de verbeelding van zijn publiek geprikkeld.

Een verteller maakt de oren van zijn publiek tot ogen. Met woorden en geluiden roept hij beelden op. Kleuren, geuren, geluiden, smaken. Door gebruik te maken van verschillende verteltechnieken kan de verteller het verhaal verlevendigen en zo de aandacht van de luisteraars beter vasthouden.

Vertellen is anders dan voorlezen. Bij vertellen gebruik je spreektaal, en wanneer men voorleest, leest men geschreven taal. Geschreven taal is andere taal dan mondelinge taal. Schriftelijke taal kun je stil lezen om je eigen beelden te laten ontstaan. Elk woord is zorgvuldig gekozen, elke zin is zorgvuldig over nagedacht en geconstrueerd.
Bij het vertellen gebruikt de verteller beeldende taal: met woorden en intonatie roept de verteller beelden op. Kleuren, geuren, geluiden, smaken en gevoelens.

 lees meer over workshops vertellen